Groep 5

SPITSEN & OERTYPEN

Hieronder een greep uit de verschillende rassen die in de groep van Spitsen & Oertypen zijn ingedeeld.

American Akita

Basenji

Canaänhond

Eurasier

Finse Spits

Groenlandhond

Japanse Spits

Kai

Kleine Keeshond

Podengo Português 

Samojeed

Shiba *

Thai Bangkaew Dog

Västgötaspets

Volpino Italiano

AKITA

herkomst

Uit Japan afkomstige veelzijdige hond, die eind negentiende, begin twintigste eeuw, onder meer om zijn gebruiksmogelijkheden te vergroten, vaak is gekruist met andere rassen. Daarbij evolueerde hij van middenslag tot grote hond. Na de Tweede Wereldoorlog is het ras opnieuw opgebouwd. Het flinke formaat bleef behouden, voor het type ging men terug op de vanaf 1600 in Akita voorkomende ‘Akita Matagis’, die daar in gebruik was als jachthond.

ras

Groot, robuust gebouwd, met veel substantie. Straalt adel en waardigheid uit.

De vacht is kortharig, met harde dekharen en zachte onderwol, in rood, sesam (rood haar met zwarte punt), gestroomd en wit. Alle behalve de witte moeten het ´urajiro´-patroon tonen: een witachtige vacht langs de voorsnuit, wangen, onderkant kaak, hals, borst, buik, staart en binnenkant van de poten.

De schofthoogte van de Akita ligt tussen de 58 en 70 cm. Het gewicht varieert van 30 tot 35 kilo.

Karakter

Bedaard, waardig, laat echter niet met zich spotten. Volgzaam en ontvankelijk, niet slaafs. Waaks en afstandelijk tegen vreemden. De Akita kan zeer overheersend zijn, en dient op een zachte doch zeer duidelijke en consequente manier opgevoed te worden.

ALASKA MALAMUT

HERKOMST

De Alaska Malamute vind zijn oorsprong in Alaska en heeft zijn huidige vorm bereikt door een niets ontziende selectie ten gunste van de exemplaren die zich het beste hadden aangepast aan de barre klimaatomstandigheden. Het is een poolhond bij uitstek. Hij heeft zijn naam gekregen van een Eskimostam in Alaska, de Mahlemuts.

ras

In Alaska wordt de Malamute gebruikt als sledehond voor het trekken van zware lasten. Hij is befaamd om zijn uithoudingsvermogen en kracht. Hij heeft middellange beharing, met een dikke en grove bovenvacht en een zeer dicht ingeplante en wollige, 2,5 tot 5 cm lange ondervacht. De kleuren variëren van verschillende tinten van grijs en wit, sable en wit, zwart en wit, seal en wit, rood en wit tot effen wit. Markeringen met wit op de buik, en deels op de benen. De tekeningen van het gezicht zijn typisch voor het ras, een kap op de schedel, het gezicht helemaal wit (open face) of getekend met een streep (vanaf de kap tot de neus) en/of een masker (begrensd rond de ogen).

De schofthoogte van de reuen ligt rond de 63,5 cm en van teven rond 58,5 cm. Reuen wegen ca. 38,5 kilo en teven ca. 34 kilo. De gemiddelde leeftijd is 12 jaar.

KARAKTER

Zeer eigenzinnig. Hebben niet ‘the will to please’ zoals o.a. herderachtigen. Naar mensen toe zijn ze aanhankelijk en vriendelijk. Over het algemeen lief voor kinderen; geen eenmanshond. Ze hebben een zeer consequente opvoeding en socialisatie nodig. Absoluut niet met harde hand. Naar andere honden kunnen ze behoorlijk onverdraagzaam zijn. Het zijn geen honden voor beginnende hondenliefhebbers. Ze zijn over het algemeen niet waaks. Sommige Malamutes kunnen moeilijk alleen thuis zijn. De overlevingsdrang zit erg diep geworteld, dus ook zijn jachtinstinct. Katten waar hij van jongs af aan mee is opgegroeid zal hij zien als roedelgenoot, maar dit maakt hem geen kattenvriend. Met vreemde katten, vee en kleinvee is het altijd opletten geblazen.

VERZORGING

De Alaska Malamute kan flink ruien; vooral bij het verlies van de wintervacht. De vacht vraagt niet veel zorg; af en toe een borstelbeurt. Hij heeft veel beweging en uitdaging nodig; dagelijks lange wandelingen en wekelijks rennen naast de fiets. Onvoldoende beweging uit zich in sloop en huil gedrag. Door hun enorme jachtinstinct en onverdraagzaamheid naar andere honden toe kunnen zij moeilijk los lopen. Malamutes zijn inventief en atletisch, een goede omheining rondom tuin of erf is vereist.

CHOW CHOW

HERKOMST

In Engeland ontwikkeld ras van Chinese oorsprong. In China al zo’n 3000 jaar bekend. Van origine veelzijdige gebruikshond: voor de jacht, voor het hoeden van vee, voor het bewaken van huis en hof, als bont- en vleesleverancier én als gezelschapshond. Momenteel in China (zo goed als) uitgestorven, maar wereldwijd bekend als gezelschapshond.

RAS

Middelgroot, voor een Spits aan de stevige kant, straalt rust en waardigheid uit. Drie typische kenmerken: blauwe tong (in een liefst helemaal donkere mond), ‘scowl’ (zurige, fronsende uitdrukking ten gevolge van de plaatsing van de oren) en de steile achterhand, verantwoordelijk voor het aparte steltachtig gangwerk.

Langharig of (minder vaak) kortharig. 

 

Langharig: overvloedig rijke, rechte en harde, uitstaande bovenvacht met dikke, wollige ondervacht. Om de hals een rijke kraag en met een duidelijke broek aan de achterbenen. 

 

Kortharig: korte, overvloedige, dichte, recht uitstaande bovenvacht, plucheachtig, met wollige ondervacht. 

 

Kleuren: rood in alle mogelijke tinten, vaak met een lichte schakering op staart en in de broek, verder zwart, reekleur (grijsachtig rood), blauw en crème. Ook wit is erkend. Dit is echter zeer zeldzaam en komt nog wel voor in Duitsland en Oost-Europa.

 

De schofthoogte van de Chow Chow ligt tussen de 45 en 55 cm. Het gewicht varieert van 25 tot 40 kilo.

KARAKTER

Zelfstandig en eigenzinnig. Zeer gehecht aan hem bekende mensen, onverschillig tot afwijzend tegen vreemden. Bijzonder waaks, maar niet luidruchtig. Al vanaf zeer jonge leeftijd zindelijk, ‘katachtig’ schoon op zichzelf.

De Chow kan onverschillig of afwijzend zijn.

DWERGKEESHOND

HERKOMST

De Keeshond is een type hond dat vanaf circa 400 vóór Christus op verschillende plaatsen in Europa voorkwam, als bewaker van huis en hof. Pas in de 19e eeuw ontstonden naast het grote slag (dat wat kleiner was dan het slag dat nu als “groot” wordt omschreven) ook de kleinere slagen, die geliefd werden als gezelschapshond. Komt voor in veel variëteiten: vele kleuren en grootteslagen; dit is de kleinste. Ook bekend onder de Engelse benaming Pomeranian of in het Nederlands Pomeriaan, afgekort tot Pom of Pommetje.

RAS

De bovenvacht is lang, recht, afstaand, fluwelig op gezicht, oren, voorkant van de benen en de voeten. Ondervacht kort en dik.

 

Kleuren: zwart, bruin, wit, oranje, wolfsgrauw, crème, champagnekleurig, crème-sable, oranje-sable, black and tan en bont (witte grondkleur met zwarte, bruine, grijze of oranje vlekken).

 

De schofthoogte van de Dwergkeeshond ligt rond de 20 cm. Het gewicht is ongeveer 2 kilo.

KARAKTER

Vrolijk en vriendelijk, soms wat eigenwijs, zeer nieuwsgierig. Bijzonder gehecht aan zijn eigen mensen, oplettend en leergierig. Beslist geen schoothondje. Zeer waakzaam en bij onraad snel geneigd tot blaffen. 

FINSE LAPPENHOND

HERKOMST

De Finse Lappenhond komt uit Finland en behoort tot de Noordelijke herders- en waakhonden. Het is een werkhond, die de rendierkudde hoedde en bewaakte. Een hond met de bouw en het karakter om dagelijks ongeveer 70 tot 150 km af te leggen over de toendra’s, door bossen en bergen om de kudde te verplaatsen. De Sami selecteerden de honden niet op uiterlijk, maar op de kwaliteiten die een goede werkhond nodig had in barre leefomstandigheden om de half wilde rendieren te hoeden. Mede dankzij zijn assertieve en imponerende houding kan de Finse Lappenhond een rendier dwingen naar zijn of haar kudde terug te keren.

RAS

De bouw is iets langer dan hoog met een krachtig gebouwd lichaam en een vrij breed hoofd. De snuitlengte is korter dan lengte van de schedel. Samen met de amandelvormige ogen en het vele haar om het hoofd en de oren geeft dat de Finse Lappenhond zijn zachte uitstraling.

De Finse Lappenhond heeft een overvloedige vacht. De boven vacht is lang en grof en de onder vacht is zacht en dicht. Daarmee is de hond uitstekend beschermd tegen de lage temperaturen en sneeuw in de winter en tegen de muggen in de zomer.

Reuen hebben een schofthoogte van 49 cm; voor teven is dit 44 cm met een marge van 3 cm. De Finse Lappenhond is een sterk en gezond ras en ze kunnen gemakkelijk de leeftijd van 13 jaar en ouder behalen.

KARAKTER

De Finse Lappenhond heeft een vriendelijke uitstraling. Is zeer verdraagzaam ten opzichte van kinderen. Hij is schrander, speels, leergierig, moedig, trouw en aanhankelijk aan het gezin. Ietwat eigenzinnig als de meeste Arctische rassen, maar ook gevoelig. De teef is meestal wat “deemoediger” dan de reu. Tolerant tegenover soortgenoten en zal niet gauw een confrontatie aan gaan. Er is sprake van een latent jachtinstinct. De Finse Lappenhond is zelfstandig, intelligent en een beetje eigenwijs.

Hij behoeft een zachte (belonen, prijzen), maar wel consequente opvoeding. Het is van nature een hond, die zijn omgeving in de ruimste zin van het woord wil ontdekken. De Finse Lappenhond is echter ook een hond die graag de aandacht van mensen krijgt en bij hun in de buurt wil zijn, waardoor hij bereidt is zich te schikken in grenzen die worden gesteld. Ze leren snel en omdat de Finse Lappenhond graag wil samenwerken is hij gemakkelijk te trainen.

VERZORGING

De Finse Lappenhond heeft een lange vacht die stevig en ruw aanvoelt en iets uit staat. De onderwol is dicht en zacht. De vacht is zelfreinigend door de natuurlijke talglaag. Hierdoor is er weinig vachtverzorging nodig. Als de vacht vuil is kan er gekamd of geborsteld worden. Aan te raden is, om klitten te voorkomen, de hond één maal per week te kammen of te borstelen.

 

Tijdens de ruiperiode is nodig om enkele keren per week te kammen. De Finse lappenhond verliest een á twee keer per jaar de vacht. Voor teven is dat meestal gekoppeld aan de loopsheid.

FINSE SPITS

HERKOMST

Nationale ras van Finland, al honderden jaren door het hele land gebruikt voor verschillende soorten jacht. Nog steeds zeer geliefd in eigen land, maar komt ook veel voor in Zweden. Stoer en gehard natuurras.

RAS

Typische spits, met een – door de warme vachtkleur en de wakkere, expressieve gezichtsuitdrukking – frisse en vrolijke uitstraling.

De bovenvacht op het lichaam is vrij lang en uitstaand, in de nek en op de rug tamelijk hard. Vooral bij reuen op de schouders harder haar. Broek en staart lang en zacht, gezicht en benen verder kort behaard. Kleur warm (goud)bruin, liefst sprankelend van tint, met een iets lichtere schakering in de oren, op wangen, keel, borst, buik, binnenkant benen en in de broek en staart. Ook de dikke, dichte en korte ondervacht is lichter van tint. Een wit streepje op de borst en wit aan de voeten is toegestaan.

De schofthoogte van de Finse Spits ligt tussen de 40 en 50 cm. Het gewicht varieert van 7 tot 13 kilo.

KARAKTER

Zelfstandig: wel bereid tot samenwerking met de mens, maar wil tot op zekere hoogte zijn eigen gang kunnen gaan. Levendig en energiek, pittig en zelfbewust. Waaks en gereserveerd ten opzichte van vreemden, maar nooit kwaadaardig. Het gebruik van zijn stem is een wezenlijk onderdeel van zijn werktaak als jachthond – met andere woorden: hij blaft veel. 

GROTE KEESHOND

HERKOMST

De Keeshond is een type hond dat vanaf circa 400 vóór Christus op verschillende plaatsen in Europa voorkwam, als bewaker van huis en hof. Pas in de 19e eeuw ontstonden naast het grote slag (dat wat kleiner was dan het slag dat nu als “groot” wordt omschreven) ook de kleinere slagen, die geliefd werden als gezelschapshond. Het ras komt voor in veel variëteiten: grootteslagen en vele kleuren. Deze is de grootste en kent slechts een kleur, wolfsgrijs. De Grote Keeshonden in de andere kleurslagen zijn net iets kleiner dan de wolfsgrijze.

RAS

Rijk behaard, vierkant gebouwd, met een attente, levendige expressie.

De bovenvacht is lang, recht, afstaand, fluwelig op gezicht, oren, voorkant van de benen en de voeten. Ondervacht kort en dik, wolfsgrauw/wolfsgrijs (grijs gewolkt).

De schofthoogte van de Grote Keeshond ligt tussen de 40 en 55 cm. Het gewicht is ongeveer 22 kilo, afhankelijk van de grootte.

KARAKTER

Vrolijk en vriendelijk, soms wat eigenwijs, zeer nieuwsgierig. Bijzonder gehecht aan zijn eigen mensen, oplettend en leergierig. Zeer waakzaam en bij onraad snel geneigd tot blaffen.

SHIBA

HERKOMST

Oud ras uit het Midden-Japanse bergland, in gebruik als jachtond. In het begin van de twintigste eeuw dreigde het ras uit te sterven, maar is vanaf ongeveer 1928 in Japan toch weer opgebouwd. De vroegere toevoeging “Inu” betekent “hond”.

RAS

Kleine hond met vosachtige uitstraling, evenredig en stevig van bouw, met een lichtvoetig, veerkrachtig gangwerk.

De bovenvacht is hard, recht en relatief kort (aan de staart wat langer), ondervacht zacht en dicht. Rood, black and tan (zwart met roodbruine aftekening) en sesam (haren rood met zwarte punt), alle drie met “urajiro”-patroon: witachtige aftekening op snuit, wangen, onderkant van de kaak, hals, borst en buik, binnenkant van de benen en onderkant van de staart.

De schofthoogte van de Shiba ligt tussen de 35 cm en 41 cm. Het gewicht varieert van 8 tot 14 kilo.

KARAKTER

Alert, attent en actief. Teven meestal pinniger dan de reuen. De Shiba is een ras met een dominante uitstraling en moet daarom zeer consequent (maar niet hard) worden opgevoed.

SIBERIAN HUSKY

HERKOMST

Sledehond, gespecialiseerd in het vervoer van lichte lasten met gematigde snelheid over lange afstand; een “stayer” bij uitstek. Afkomstig uit Siberië, in Alaska geïmporteerd en daar de geliefde sledehond tijdens de “Goldrush”eind 19e, begin 20e eeuw.

RAS

Middelmatig grote werkhond die kracht, snelheid en uithoudingsvermogen in zich verenigt. Zijn gangwerk is licht, gracieus en schijnbaar moeiteloos. Vriendelijke, geïnteresseerde, waakzame expressie.

Ze hebben een dubbele vacht: ondervacht zacht en dik, bovenvacht langer en aanliggend. Alle kleuren zijn toegestaan: wit, wit met grijs, zwart of rood, al dan niet met aftekeningen of masker. Typisch is de oogkleur: behalve bruin komt ook blauw voor, en het is toegestaan dat een hond één blauw en één bruin oog heeft, of zelfs bruinblauwe ogen.

De schofthoogte van de Siberian Husky ligt tussen de 50 cm en 60 cm. Het gewicht varieert van 15 kg tot 30 kg.

KARAKTER

De Siberian Husky is dé hond voor u als u:

  • niet (hele dagen) werkt of anderszins van huis bent
  • graag actief bezig wilt zijn met uw hond (ook bij slecht weer) zoals wandelen, 
  • het geen punt vindt dat uw hond altijd aangelijnd moet zijn
  • accepteert dat uw hond niet af te richten is (zoals bijv. een herdershond)
  • beseft dat deze hond uw erf niet ‘bewaakt’
  • eventueel een tweede hond in huis neemt (hebt)
  • zich realiseert dat herplaatsing niet eenvoudig is
  • niet in de eerste plaats valt op het fraaie uiterlijk, maar op het enthousiaste, vriendelijke, en vooral werkzame karakter van dit ras
Winkelmandje0
Uw winkelmandje is leeg!
Verder winkelen
0